Investeren in Energie: Open Weg of Hindernisbaan?
Een onderzoek naar belemmeringen in de maatschappij op het pad van de transitie naar een duurzame energiehuishouding
Aanleiding
Om de doelstellingen van het energiebeleid opgesteld door de Europese Commissie in 2020 te kunnen realiseren heeft de Nederlandse overheid het actieprogramma ‘Schoon en Zuinig’ opgesteld. Binnen de provincie Limburg zijn de beleidsdoelen vertaald naar het ‘Energieprogramma Limburg’. Het bewustzijn van het belang van een duurzame, toekomstvaste energievoorziening en een verstandig gebruik van energie is sterk gegroeid. Het lijkt er echter op dat de middelen waarmee een dergelijke energievoorziening bereikt kan worden niet grootschalig aangeschaft worden, en dat het energiegedrag niet significant verandert. Het begint er steeds meer op te lijken dat de 20-20-20 doelen niet gehaald zullen worden.
Vraag
Blijkbaar zijn er in de maatschappij belemmeringen te vinden die grootschalige veranderingen in de weg staan, waardoor de transitie naar een duurzame en toekomstvaste energievoorziening maar traag van de grond komt. Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te verschaffen in de belemmeringen in de maatschappij die voorkomen dat er grootschalig overgegaan wordt tot de aanschaf van middelen voor duurzame energieopwekking, tot het efficiënter maken van het gebruik van energie en tot het overgaan op meer energiebesparend gedrag.
Aanpak
Dit onderzoek bestaat uit een inventarisatie en analyse van bestaande bronnen waarin belemmeringen vermeld worden. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende typen bronnen waaronder literatuurstudies, wetenschappelijke publicaties, enquêtes, casestudies en expert opinions. Het uitgangspunt is een brede doorsnede van de beschikbare literatuur afkomstig van onder andere onderzoeksinstituten, overheden, bedrijven, kennisinstellingen en adviesbureaus.
Resultaat
Er worden vijf oplossingsrichtingen aangedragen die de belemmeringen kunnen reduceren of weg nemen. De oplossingsrichtingen zijn gebaseerd op drie grondoorzaken waar de overige belemmeringen uit voort komen: lock-in, begrensde rationaliteit en marktfalen. De achterliggende gedachte is dat actoren aangezet moeten worden tot verandering. Dit wordt onderbouwd met behulp van een model van actie dat binnen het onderzoek opgesteld is.
